Heemkundige kring
VELPELEVEN
- Boutersem
 

 
 
   

Artikel: Jaargang 2002, nummer 3
"Heemkunde -
Het orgel van de St-Annakerk."


In de loop van de 18de eeuw merken we in de kunst een accentverschuiving van het grootse, plechtstatige, indrukwekkende van de barok naar het kleine, intieme, bekoorlijke, het speelse van het rococo verrijkt met een gevoelsvolle expressiviteit;

Dit speelse element wordt volop in de orgelbouw geïntegreerd. In de eerste plaats zorgt dit voor een verandering in de uiterlijke vormgeving. Naast de traditionele structuur krijgen we instrumenten die in de breedte zijn uitgebouwd (vb. Antwerpen, Carolus-Borromeus), het oksaalorgel op de koorafsluiting Antwerpen, St-Jacobs), het balustrade-orgel met reëel (vb. Roosbeek) of schijnonderwerk, het ëën-klaviers-balustrade-orgel en het orgel met gedeelde kasten (vb. Zele).

De klank wordt iets molliger, misschien al iets minder gedacht vanuit de duidelijkheid nodig voor de barokke polyfonie. Het tweede klavier wordt echt onderschikt aan het hoofdwerk en krijgt zo vooral een 'echo'-functie. Opvallend aan de orgelklank is de rijkheid aan kleurschakeringen. Verder neemt in de loop van de 18de eeuw de klavieromvang toe en wordt de oude stemming aangepast zodat alle toonaarden mogelijk worden.

Tot onze bekendste 18de eeuwse orgelbouwers behoren Joannes Baptista Forcevill (vader van het Vlaamse rococo-orgel), Egidius Le Blas, Jean-Baptiste Goynaut, Jean-Joseph van der Haeghen, Chritiaan Penceler en de orgelbouwfamilies van Peteghem en De la Haye. Aan Waalse kant had men de familie Le Picard en leerling Guillaume Robustelly.

De 18de eeuw was in Vlaanderen een bijzonder vruchtbare periode voor de orgelbouw. De beide leidende orgelfamilies, "De la Haye" en "van Peteghem" bouwden samen meer dan 500 instrumenten. Bovendien waren onze instrumenten van de hoogste kwaliteit. Meer dan eens toonden buitenlandse experts hun waardering voor het Vlaamse orgel.

1754

Hoegaarden

St-Gorgius

Jean-Baptiste Goynaut
nieuw 2-manualig orgel

1769

Tienen

 Begijngofkerk

Jean-Baptiste Goynaut
nieuw orgel

1773

Heylissem

Norbertijnenabdij

Jean-Baptiste Goynaut
nieuw 2-manualig orgel

1777

 Tienen

Alexianen

Pieter en Egidius-Franciscus van Peteghem nieuw 2-manualig orgel

1785

 Tienen

O.-L.-V.-ten Poel

aankoop v/h orgel uit het opgeheven klooster van Groenendaal

1789

Hoegaarden

Mariadal

Adriaan Rochet
nieuw 2-manualig orgel

1791

Oorbeek

St-Joris

Adriaan Rochet
nieuw orgel

eind 18 eeuw

Roosbeek

St-Anna

Adriaan Rochet(?)
nieuw orgel

Dit overzicht is lang niet volledig. In de St-Germanuskerk stond in de 18de eeuw het in 1671-73 door Jan Dekens gebouwde orgel. Ook had Tienen in die tijd heel wat kloosters. Men kan er van uitgaan dat deze ook orgels bezaten en van enkele Tiense kloosters zijn er concrete aanwijzigen hiervoor teruggevonden.

Over het Roosbeekse orgel is tot op heden niets archivalisch bekend, behalve dat de Nijvelse beeldhouwer Nicolas Bonnet destijds een balustrade en orgelkast vervaardigde voor Roosbeek. Adriaan Rochet, orgelbouwer te Nijvel, heeft veel samengewerkt met Bonnet. Het orgel van Roosbeek werd dan ook misschien door dit duo vervaardigd. Rochet is vooral bekend voor het driemanualig orgel dat hij in 1790/1792 vervaardigde voor de St-Catharinekerk van Diegem.

In de 19de eeuw werd het Roosbeekse orgel getransformeerd door Pieter-Adam Van Dinter uit Tienen. Begin jaren 1980 restaureerde Jean-Pierre Draps het orgel, waarbij niet alleen gekozen werd terug te keren naar de 19de eeuwse situatie, maar waarbij het orgel zelfs uitgebreid werd met een geheel nieuw onderwerk in de voet van de kast. De nieuwe dispositie luidt als volgt: (plaats van de registertrekkers links en rechts van de klavieren).

 

door Bruno Bruyninckx

terug naar artikels

 

Copyright © Velpeleven Boutersem
Web: Dany