|
In de loop van de 18de eeuw merken we in de kunst een
accentverschuiving van het grootse, plechtstatige, indrukwekkende van de barok
naar het kleine, intieme, bekoorlijke, het speelse van het rococo verrijkt met
een gevoelsvolle expressiviteit;
Dit
speelse element wordt volop in de orgelbouw geïntegreerd. In de eerste plaats
zorgt dit voor een verandering in de uiterlijke vormgeving. Naast de
traditionele structuur krijgen we instrumenten die in de breedte zijn uitgebouwd
(vb. Antwerpen, Carolus-Borromeus), het oksaalorgel op de koorafsluiting Antwerpen, St-Jacobs), het balustrade-orgel met reëel (vb. Roosbeek) of
schijnonderwerk, het ëën-klaviers-balustrade-orgel en het orgel met gedeelde
kasten (vb. Zele).
De klank wordt iets molliger, misschien al iets minder gedacht
vanuit de duidelijkheid nodig voor de barokke polyfonie. Het tweede klavier
wordt echt onderschikt aan het hoofdwerk en krijgt zo vooral een 'echo'-functie.
Opvallend aan de orgelklank is de rijkheid aan
kleurschakeringen. Verder neemt in de loop van de 18de eeuw de klavieromvang toe en wordt de oude stemming aangepast zodat alle
toonaarden mogelijk worden.
Tot onze bekendste 18de eeuwse orgelbouwers behoren Joannes
Baptista Forcevill (vader van het Vlaamse rococo-orgel), Egidius Le Blas,
Jean-Baptiste Goynaut, Jean-Joseph van der Haeghen, Chritiaan Penceler en de
orgelbouwfamilies van Peteghem en De la Haye. Aan Waalse kant had men de familie
Le Picard en leerling Guillaume Robustelly.
De 18de eeuw was in Vlaanderen een
bijzonder vruchtbare periode voor de orgelbouw. De beide leidende orgelfamilies,
"De la Haye" en "van Peteghem" bouwden samen meer dan 500 instrumenten. Bovendien waren onze
instrumenten van de hoogste kwaliteit. Meer dan eens toonden buitenlandse
experts hun waardering voor het Vlaamse orgel.
|
1754 |
Hoegaarden |
St-Gorgius |
Jean-Baptiste Goynaut
nieuw 2-manualig orgel |
|
1769 |
Tienen |
Begijngofkerk |
Jean-Baptiste Goynaut
nieuw orgel |
|
1773 |
Heylissem |
Norbertijnenabdij |
Jean-Baptiste Goynaut
nieuw 2-manualig orgel |
|
1777 |
Tienen |
Alexianen |
Pieter en Egidius-Franciscus van
Peteghem nieuw 2-manualig orgel |
|
1785 |
Tienen |
O.-L.-V.-ten Poel |
aankoop v/h orgel uit het opgeheven
klooster van Groenendaal |
|
1789 |
Hoegaarden |
Mariadal |
Adriaan Rochet
nieuw 2-manualig orgel |
|
1791 |
Oorbeek |
St-Joris |
Adriaan Rochet
nieuw orgel |
|
eind 18 eeuw |
Roosbeek |
St-Anna |
Adriaan Rochet(?)
nieuw orgel |
Dit overzicht is lang niet volledig. In de St-Germanuskerk stond
in de 18de eeuw het in 1671-73 door Jan Dekens
gebouwde orgel. Ook had Tienen in die tijd heel wat kloosters. Men kan er van
uitgaan dat deze ook orgels bezaten en van enkele Tiense kloosters zijn er
concrete aanwijzigen hiervoor teruggevonden.
Over het Roosbeekse orgel is tot op heden niets archivalisch
bekend, behalve dat de Nijvelse beeldhouwer Nicolas Bonnet destijds een
balustrade en orgelkast vervaardigde voor Roosbeek. Adriaan Rochet, orgelbouwer
te Nijvel, heeft veel samengewerkt met Bonnet. Het orgel van Roosbeek werd dan
ook misschien door dit duo vervaardigd. Rochet is
vooral bekend voor het driemanualig orgel dat hij in 1790/1792
vervaardigde voor de St-Catharinekerk van Diegem.
In de 19de eeuw werd het Roosbeekse orgel getransformeerd door
Pieter-Adam Van Dinter uit Tienen. Begin jaren 1980 restaureerde Jean-Pierre
Draps het orgel, waarbij niet alleen gekozen werd terug te keren naar de 19de
eeuwse
situatie, maar waarbij het orgel zelfs uitgebreid werd met een geheel nieuw
onderwerk in de voet van de kast. De nieuwe dispositie luidt als volgt:
(plaats van de registertrekkers links
en rechts van de klavieren).
|